Gratis lesmateriaal voor leerkrachten

Landschapsvormen: 8 werkbladen

Acht werkbladen met een tekening van een landschap en twaalf vormen van land en water (berg, vulkaan, heuvel, dal, plateau, canyon, vlakte, rivier, meer, eiland, schiereiland en baai): vul de namen in, kleur, verbind elke vorm met de beschrijving, schrijf je eigen omschrijvingen, los de woordzoeker en de kruiswoordpuzzel op en teken een verzonnen eiland.

Elk werkblad is een pdf op A4-formaat.Eerst op papier, dan online

Voorbeeld van het werkblad “De landschapsvormen”: Een landschap met de namen van alle twaalf vormen: een plaat voor de klas en het voorbeeld voor de andere werkbladen

A4 · 1 pagina

De landschapsvormen

Een landschap met de namen van alle twaalf vormen: een plaat voor de klas en het voorbeeld voor de andere werkbladen.

Voorbeeld van het werkblad “Vul de landschapsvormen in”: Twaalf genummerde vormen en een woordenlijst

A4 · 1 pagina

Vul de landschapsvormen in

Twaalf genummerde vormen en een woordenlijst. Elke naam schrijf je op de lijn.

Voorbeeld van het werkblad “Het landschap kleurplaat”: Een landschap om te kleuren met een legenda van vier kleuren: lichtblauw voor het water, bruin voor de berg en de vulkaan, groen voor de heuvel en de vlakte, oranje voor het plateau en de canyon

A4 · 1 pagina

Het landschap kleurplaat

Een landschap om te kleuren met een legenda van vier kleuren: lichtblauw voor het water, bruin voor de berg en de vulkaan, groen voor de heuvel en de vlakte, oranje voor het plateau en de canyon.

Voorbeeld van het werkblad “Landschapsvormen: verbind de paren”: Twaalf vormen links en hun beschrijvingen door elkaar rechts

A4 · 1 pagina

Landschapsvormen: verbind de paren

Twaalf vormen links en hun beschrijvingen door elkaar rechts. Elk paar verbind je met een lijn.

Voorbeeld van het werkblad “Omschrijf de landschapsvormen”: Elke vorm met twee lijnen om te schrijven

A4 · 1 pagina

Omschrijf de landschapsvormen

Elke vorm met twee lijnen om te schrijven. De kinderen leggen in hun eigen woorden uit wat het is.

Voorbeeld van het werkblad “Woordzoeker: landschapsvormen”: Alle twaalf landschapsvormen verborgen in twee woordzoekers

A4 · 2 woordzoekers · 12 woorden

Woordzoeker: landschapsvormen

Alle twaalf landschapsvormen verborgen in twee woordzoekers.

Voorbeeld van het werkblad “Kruiswoordpuzzel: landschapsvormen”: Een kruiswoordpuzzel over de landschapsvormen, met hun beschrijvingen als omschrijving

A4 · 1 kruiswoordpuzzel · 12 omschrijvingen

Kruiswoordpuzzel: landschapsvormen

Een kruiswoordpuzzel over de landschapsvormen, met hun beschrijvingen als omschrijving.

Voorbeeld van het werkblad “Teken je eigen eiland”: Een groot vak om een eiland te tekenen met een berg, een vulkaan, een rivier, een meer, een baai en meer, met een lijst om af te vinken en ruimte voor de naam

A4 · 1 pagina

Teken je eigen eiland

Een groot vak om een eiland te tekenen met een berg, een vulkaan, een rivier, een meer, een baai en meer, met een lijst om af te vinken en ruimte voor de naam.

Voor leerkrachten

Zo werken deze werkbladen

Introduceer de woorden met de plaat met namen en toets ze daarna met het genummerde invulblad en het verbindblad; de omschrijvingen van de kruiswoordpuzzel zijn dezelfde beschrijvingen, en op het eilandblad zetten de kinderen alles op een verzonnen kaart. Alles print in zwart-wit, en de puzzels kijken zichzelf na. Een mooie aanvulling: Nederland is vooral vlakte, maar ook een land vol water.

Elke puzzel print in zwart op wit en kopieert goed. Bijna elke pdf bevat meerdere verschillende puzzels, één per pagina, zodat de hele klas hetzelfde bestand kan gebruiken.

Zo gebruik je de werkbladen over landschapsvormen

Introduceer de twaalf woorden met de plaat met namen en toets ze daarna met “Vul de landschapsvormen in” en “Landschapsvormen: verbind de paren”. De kleurplaat helpt je leerlingen te zien wat land is en wat water. De woordzoeker, de kruiswoordpuzzel – met dezelfde beschrijvingen als omschrijving – en “Omschrijf de landschapsvormen” breiden de woordenschat uit, en bij “Teken je eigen eiland” zetten je leerlingen alles op een verzonnen kaart.

Vormen van land en water

Landschapsvormen zijn de natuurlijke vormen van het aardoppervlak, zoals een berg, een heuvel, een dal, een plateau, een canyon, een vlakte, een eiland of een schiereiland. Bij het water horen hier de rivier, het meer en de baai. Onze tekening toont ze allebei, en de kleurenlegenda helpt ze uit elkaar te houden. In Nederland en Vlaanderen zie je vooral vlakte, maar de Ardennen en de Zuid-Limburgse heuvels laten zien dat het ook anders kan.

Voor welke leeftijd zijn deze werkbladen?

De plaat met namen, de kleurplaat en de woordzoeker passen bij kinderen van 6 tot 9 jaar (groep 3 tot 5, 1e tot 3e leerjaar). De invulbladen, het verbindblad en het eilandblad zijn voor kinderen van 7 tot 10 jaar, en de omschrijvingen en de kruiswoordpuzzel vanaf groep 5 (3e leerjaar), als landschappen bij aardrijkskunde aan bod komen.

Veelgestelde vragen

Wat zijn de belangrijkste landschapsvormen?

De belangrijkste zijn de berg, de heuvel, het plateau en de vlakte. Daarnaast zijn er dalen, canyons, eilanden, schiereilanden en vulkanen, en bij het water rivieren, meren en baaien.

Wat is het verschil tussen een plateau en een vlakte?

Allebei zijn ze vlak, maar een plateau ligt hoog en heeft steile kanten, terwijl een vlakte laag ligt.

Wat is het verschil tussen een heuvel en een berg?

Een berg is hoger en steiler dan een heuvel en heeft meestal een spitse top; een heuvel is lager en heeft een ronde top. De Vaalserberg (322 m) is het hoogste punt van Nederland, en de Signal de Botrange (694 m) dat van België.

Welke landschapsvorm heeft aan drie kanten water?

Het schiereiland, zoals Italië of het Deense Jutland. Een eiland heeft juist aan alle kanten water.

Hoe ontstaan landschapsvormen?

Bewegingen van de platen van de aardkorst duwen gebergten omhoog, vulkanen groeien door lava, en wind, water en ijs slijten het land af en slijpen dalen en canyons uit.

Wanneer leren kinderen de landschapsvormen?

Op de basisschool komen landschapsvormen bij aardrijkskunde vooral aan bod in groep 4 tot 6 (2e tot 4e leerjaar), en ze komen terug bij de natuurkundige aardrijkskunde op de middelbare school.

Eerst op papier, dan online

Eerst het werkblad, dan de quiz online